
In onze wereld van snelle oplossingen benaderen we problemen vaak als losse knopen die we voortvarend moeten doorhakken. Maar dat werkt niet. Uitdagingen zoals armoedebestrijding, genderongelijkheid en andere maatschappelijke vraagstukken staan zelden op zichzelf – ze maken deel uit van een kluwen van intermenselijke verbindingen, door elkaar gehusselde ordes en balansen die uit evenwicht zijn. Deze verwevenheid en complexiteit vraagt om een andere aanpak.
Met To unTANGLE richt ik mij op transformatie binnen uiteenlopende vraagstukken – zowel binnen organisaties als in persoonlijke ontwikkelingsprocessen. Waar anderen problemen willen oplossen door knopen door te hakken, zie ik de rijkdom van de kluwen. In elke draad schuilt een kracht, in elk patroon een wijsheid die nieuwe mogelijkheden onthult. Met liefdevolle precisie maak ik zichtbaar wat verborgen ligt, stel de vragen die beweging brengen, en maak ruimte voor wat werkelijk nodig is – zelfs als dat anders is dan wat aanvankelijk gevraagd wordt.
Transformatie vanuit verbondenheid

De kunst van het ontwarren
Mijn kracht ligt in het snel schakelen tussen perspectieven. Het begint veelal met een analytische blik – het inzoomen op individuele draden en knooppunten; de zichtbare structuren, processen en details. Waar de meeste analyses stoppen bij de knoop zelf, volg ik de draad verder: terug naar haar oorsprong en vooruit naar het verlangen dat voorbij de knoop ligt.
Dit is mijn systemische blik, die uitzoomt om het grotere samenspel te zien – hoe draden elkaar beïnvloeden, hoe patronen zich herhalen en hoe onzichtbare stromingen de kluwen vormgeven. Ik neem waar zonder oordeel, waardoor ruimte ontstaat voor de dynamiek die onder de oppervlakte leeft. In deze benadering schuilt mijn essentie: tegelijk het zorgvuldig ontwarren van wat vast zit én het scheppen van ruimte voor nieuwe ontwikkeling.
Door continu te bewegen tussen inzoomen en uitzoomen, tussen doelgericht zijn en emergentie, tussen de groep en het individu, tussen het meetbare en het voelbare, ontvouwt zich een rijker begrip van de vraagstukken waar ik mee werk. Ze nodigen uit tot een nieuwe kijk, waarin probleem en oplossing niet langer tegenover elkaar staan, maar onderdeel zijn van hetzelfde weefsel. Dan ontstaat er ruimte voor werkelijke transformatie.
